Onderstaand vind u een woordenlijst van veel gebruikte termen binnen de interieurarchitectuur. Mocht u alsnog vragen hebben of termen missen neem gerust contact op.

Arbowet: De arbowet vormt de basis van de arbowetgeving. Hierin staan de bepalingen die gelden voor alle plekken waar arbeid wordt verricht (dus ook voor stichtingen en verenigingen). In de arbowet staan geen concrete regels. Die staan in het arbobesluit en arboregeling.

Arbobesluit: het arbobesluit is een uitwerking van de arbowet. Hierin staan de regels waar zowel de werkgever als werknemer zich aan dient te houden. Deze regels zijn verplicht echter hebben ook afwijkende en aanvullende regels voor bepaalde sectoren en categorieën werknemers.

Arboregeling: De arboregeling is weer een verdere uitwerking van het arbobesluit. Het gaat hierbij om concrete voorschriften. Bijvoorbeeld de eisen waar arbeidsmiddelen aan moeten voldoen of hoe een arbodienst zijn wettelijke taken exact moet uitvoeren. Deze regels zijn net als het arbobesluit verplicht voor werkgever en werknemer.

Bestek: overzicht in vorm van een boekwerk waarin alle werkzaamheden voor een project beschreven zijn. Het bestek wordt gebruikt om bij diverse leveranciers offertes aan te kunnen vragen voor bijvoorbeeld meubilair of maatwerk. Opgebouwd volgens bepaalde systematiek (bv. STABU Keurmerk) zijn alle offertes eerlijk te vergelijken.

Folies: Folies op (glas)wanden zorgen voor meer privacy en identiteit. Folies kunnen het toegepaste inrichtingsconcept versterken. Folies op wanden zorgen voor sfeer of verduidelijking van de functie van een bepaalde ruimte. Praktische toepassingen  is het gebruik van folie voor bewegwijzering (hoe kom ik waar) en vluchtroutebewijzering (wat is de vluchtroute uit het gebouw).

Inbouwpakket: Vaste inrichting die wordt toegevoegd aan het casco gebouw.

Indelingsplan: Tekening die aangeeft hoe de ruimte wordt ingedeeld naar gelang de eisen en wensen van degene die in het pand gaat werken/wonen.

Kleuren & materialenstaat: Overzicht van de kleuren en materialen die voor de (nieuwe) inrichting bepaald zijn.

Maatwerk: Alles wat passend gemaakt moet worden in de ruimte. Maatwerk bestaat uit vast meubilair als bv een receptiebalie, pantry,- service-unit, kastenwanden en los meubilair als kasten, tafels op maat, scheidingselementen, plantenbakken, etc.
Maatwerk kan een ruimte onderscheidend maken omdat het uniek ontworpen elementen zijn.

Meubelstaat: Overzicht van de geselecteerde type meubels voor de nieuwe inrichting aangevuld met bijbehorende afwerkingen (kleuren & materialen)

NEN-norm: Een norm is een document met afspraken. Deze afspraken zijn gemaakt tussen belanghebbende partijen. Normen die van belang zijn voor de (kantoor)inrichting zijn NEN 2580 (oppervlakte en inhouden van gebouwen), NEN 1824 (ergonomische eisen voor de oppervlakten van werkplekken in kantoren) en NEN 8112 (leidraad voor ontruimingsplannen). kantoren)

Ontwerp: Een ontwerp gebeurd vaak in verschillende fasen. 1. ConceptOntwerp (CO), 2. Voorlopig Ontwerp (VO) en 3. Definitief Ontwerp. Op basis van het definitief ontwerp worden de werktekeningen gemaakt waarmee de realisatie van start kan gaan.

Plafondplan: laat zien hoe de verdeling van het plafond is en wat voor type plafond er gebruikt wordt. Veel voorkomende type plafonds zijn: systeemplafond, spanplafond, gipsplafond, MDFplafond, akoestisch plafond en lamellenplafond.

Plan van aanpak: de verschillende fases waar een ontwerp en realisatietraject uit bestaat.

Plantenplan: ook wel groenplan genoemd. Het bepalen van plekken waar planten of andere groenvoorzieningen in het pand komen. In losse potten of bakken of geïntegreerd in het maatwerk.

Programma van eisen: hierin staan de eisen die een opdrachtgever stelt aan de interieurarchitect. Hierbij kun je voor bedrijven denken aan zaken als hoeveel medewerkers moeten er in het pand passen, tot de manier van werken (nieuwe werken) of het behalen van een MVO waardering of BREAAM certificaat.
Bij particulieren is  het programma van eisen de vraagstelling die de opdrachtgever bij de interieurarchitect wil neerleggen. Je kunt dan denken aan het behalen van ‘meer licht’ in mijn huis, een werkplek in huis, een te ontwerpen keuken, tot de totale indeling en inrichting van een (nieuw) huis.

Styling: Het toevoegen van elementen om de eigen identiteit en het daarbij behorende inrichtingsconcept te versterken.

Testfit: een vooronderzoek om te kijken of uw bedrijf en uw programma van eisen in een bepaald pand past. Een testfit kan gedaan worden voor één of meerdere verdiepingen, voor verschillende manieren van werken, in een nieuwbouwpand, een pand dat al is ingedeeld of dat opnieuw ingericht moet worden. De testfit maakt inzichtelijk hoeveel vierkante meters u per werkvorm nodig heeft en wat de kosten per vierkante meter zijn. Ook kunnen panden ten opzichte van elkaar vergeleken worden, zodat u weet in welk pand u het best gebruik maakt van de beschikbare vierkante meters.

Verlichtingsplan:
Er kan onderscheid gemaakt worden tussen een standaard en een sfeer verlichtingsplan. Een standaard verlichtingsplan is meestal door de architect ingetekend en behoord vaak bij het casco gebouw. Sfeerverlichting is additionele verlichting wat een aanvulling is op de standaard verlichting en vooral dient om specifieke onderdelen aan te lichten. Het licht wordt daarmee afgestemd op de inrichting en sfeer.  Belangrijke zaken betreffende verlichting zijn lumens (lichtsterkte) en de kleur/warmte van het licht; wit licht, warm licht maar ook het gebruik van energiebesparende sensors i.p.v. schakelaars en armaturen zoals LED verlichting.

Vlekkenplan: Is een eerste aanzet om te bepalen wie waar zit in het gebouw. Dit ter ondersteuning van de interne relaties van de verschillende functies of afdelingen.

Vloerplan: Geeft in een tekening de geselecteerde vloerafwerkingen weer. Hout, vloerbedekking, gietvloer, etc, of een variatie van meerdere soorten. Het plan maakt inzichtelijk wat waar komt, in welk patroon en met welk doel.

Wandenplan: Geeft in een tekening de verdeling van de diverse ruimten weer. Waar komen welke type wanden (metalstud, gips, systeem, stenen, houten) en deuren (schuif, taats, draai) met welke afwerking (spuitwerk, stucwerk, geschilderd, etc), in welk materiaal, kleur en verdeling.